Dag Spijk, dag dorp van weleer

De hongerwinter van 1944 in Spijk doorgebracht bij de familie Klip. In het huis aan ‘t Loug, waar nu het café Carillon is gevestigd. Was er na 70 jaar in 2014 op bezoek.

Spijk
’t Loug twee keer rond gelopen
Een keer rechtsom, één keer linksom
Het was hetzelfde rondje
Maar vanuit een ander perspectief.

De winkel is nu een bruine kroeg
De waard mompelt
Het ook niet meer te weten
De zolder, mijn kamer niet kunnen zien.

De vruchtbomen zijn verdwenen
Het gras is blijven staan
‘t Is bijen zoemend stil
Geen gekakel, geen kip, geen haan.

Nog even naar de witte kerk
De eenden met een foto opgejaagd
Er is geen Klip, geen graf, geen zerk
Maar de molen staat er nog, geschraagd.

Het is de molen en de wind
Het is de kerk en de borgen
Het is het land waar ik als kind
Nog niets begreep van pijn en zorgen. (Ede Staal)

Gortepap en zout spek met haren
Alikruiken en witte brood
‘t waren mooie kinderjaren
‘k was geborgen in de dorpsschoot.

Dag Spijk, dag dorp van weleer
‘k verdwijn weer in het weidse land
‘k ruik de zilte zee, denk aan ’t oude zeer
De Canadezen komen, ’t Hogeland in brand.

Wolbert. 25 mei 2014.
Nostalgie reis na 70 jaar met Bram.

W.F.Meijer