Orgelmakers B & M in Groningerland (uit de orgelvriend augustus 2005)

Laat Friesland zijn orgelmakerij B & T hebben, Groningen heeft de orgels makende B en M. En dat zijn Piet Baar en Lammert Medendorp uit het Noord-Groningse Spijk. Sinds tien jaar zijn deze amateur-orgelmakers dagelijks met orgel(tjes) bezig. Van oude meubelstukken, harmonium-onderdelen, overtollig pijpwerk en eigengemaakte houten pijpen maken ze fraaiklinkende instrumenten. Van een huisorgel, koororgel, kistorgel, een gerestaureerd oud orgel tot een klein draaiorgel, ze draaien hun hand er niet voor om. Behalve om het laatstgenoemde instrument aan de verbaasde bezoeker te laten horen.

Piet Baar (geb.1933) was huisschilder. Muziek bleef hem steeds beziggehouden, na in zijn jonge jaren les gehad te hebben bij de cantor-organist Evert Westra uit Groningen. Op zijn 36ste begon hij daarom met de studie AMV aan het Groninger Conservatorium, waarna hij in het muziekonderwijs kwam. Ook was hij dirigent van vijf koren. Op zijn 54ste moest hij om gezondheidsredenen met werken stoppen. Zijn organistschap – sinds 1950 is hij vaste bespeler van het Van Dam-orgel (1884) in de Hervormde kerk van zijn woonplaats – hield hij aan.

Lammert Medendorp (geb. 1943) was timmerman bij een aannemer in zijn woonplaats. Op zijn 47ste werd hij afgekeurd vanwege aanhoudende rugklachten.

1276
De enthousiaste amateur-orgelmakers Lammert Medendorp (l) en Piet Baar in hun werkplaatsje aan het huis van Medendorp.

Begin
Toen orgelhersteller Van Dellen uit Ten Boer aan het Doornbos/Spiering-orgel (1933) van de Spijkster Gereformeerde kerk werkte, assisteerde Baar hem daarbij. Toen de Trompet 8 vt gereviseerd moest worden, wilde hij dit wel voor zijn rekening nemen, maar vroeg Medendorp hem hierbij te willen helpen, vanwege diens technische kennis. Daarna vroeg Baar hem of hij misschien ook houten pijpen kon maken, omdat hij aan het experimenteren was om een harmonium om te werken tot pijporgel. Met behulp van tekeningen van de Vereniging van Nederlandse Huismuziek en het bekende boek Orgelbouwkunde van Oosterhof/Bouman begonnen beide heren een lade te maken en allengs kwam er een klinkend instrument. Alle houten pijpwerk werd zelf gemaakt, van afgedankt meubelhout. In 1998 werd hun opus 1 als koororgel geplaatst in de Hervormde kerk van Spijk. In hetzelfde jaar was Baar er tevens 50 jaar organist. Het eenvoudig ogende instrument heeft als dispositie: Manuaal (C-g3): Holpijp 8 b/d, Roerfluit 4 vt b/d, Octaaf 2 vt b/d, Quint 1 ½ vt disc. Ped (C-d): Bourdon 16 vt. Zie voor dit orgel de Orgelvriend, maart 1999. (Een fraaie overzichtsfoto van de Spijkster kerk siert het omslag van het boek De kerk in het midden, geschreven door dr. C. W. Mönnich in 1976.)

De knutselende bouwers hadden de smaak goed te pakken gekregen en begonnen aan een twee-klaviers orgel. Toen ze het nagenoeg afhadden, wilden ze graag dat het in de Gereformeerde kerk een plaats zou krijgen, maar dat ging niet door omdat het te groot werd bevonden. Daarop ‘splitsten’ de orgelmakers pur sang het in twee delen. Het ene werd in 2001 koororgel in de Hervormde kerk, ter vervanging van het iets kleinere koororgel uit 1998 (dat in 2003 naar een particulier in Bierum verhuisde). De dispositie van dit ‘koororgel 2’ is: Manuaal (C-g3): Holpijp 8 vt b/d, Quintadeen 8 vt b/d, Roerfluit 4 vt b/d, Octaaf 2 vt b/d, Quint 1 1/3 vt bas, Quint 2 2/3 vt disc., Terts 1 3/5 vt (repetitie op c1). Pedaal (C-d1): Bourdon 16 vt. Het metalen pijpwerk is afkomstig uit een voormalig Reil-orgel uit Annen. De eiken Holpijp was ca. twintig jaar geleden gemaakt door ene Jans Kruiger uit Delfzijl, evenals de Roerfluit, die gemaakt was van Canadees essen.

Het tweede klavier van hun opgedeelde opus 2 gebruikten B & M om een kistorgel te maken voor de dertiende-eeuwse kerk in Oldenzijl. Het kreeg daar op een speciale verhoging een plaats op de bestaande galerij. Het orgeltje, dapper, en fraai van toon, doet het uitstekend in het relatief ruime gebouw. De dispositie is: Manuaal (C-a3): Holpijp 8 vt b/d, Roerfluit 4 vt b/d, Quint 3 vt disc., Octaaf 2 vt b/d. Pedaal (C-c): aangehangen. Stemming: Young. Al het pijpwerk werd zelfgemaakt, behalve de metalen Quint. In 2000 werd het instrument in gebruik genomen. In een begeleidend schrijven van de voldane makers lezen we: “We zijn best een beetje trots dat het orgeltje in het oudste bakstenen kerkje van de Provincie staat. Genesis 4 vers 21. En Ada baarde Jubal. Hij is de vader geworden van allen die fluit speelden. Dus ook van de orgelbouwers. Zelfs van degenen die geprobeerd hebben een klein orgeltje met beperkte middelen tot leven te brengen.” Hopelijk komt de trots bij de bouwers niet op een lagere winddruk te staan als ze vernemen dat de kerk van Oldenzijl niét het oudste bakstenen kerkgebouw van de provincie is. Hun trots kan dan zijn dat juist zíj het éérste pijporgel voor dit ruim achthonderd jaar oude gebouw hebben gemaakt.


De Spijkster Andreaskerk vanuit het zuiden bezien. De in oorsprong dertiende-eeuwse kerk werd later aan de noordkant uitgebreid. De toren – in versoberde vorm gemaakt naar die van het naburige Uithuizermeeden – verscheen in 1902. Het kerkterrein, centraal gelegen in het dorp wordt letterlijk omringd door een gracht. De foto werd genomen door Jan Tromp vanaf het trottoir voor Medendorps woning.
Het koororgel dat sinds 2001 staat in de Andreaskerk van Spijk. Het orgel in de voormalige Hervormde kerk te Rottum, zoals orgelmaker Jan Doornbos het in 1889 had omgebouwd.

Rottum
Een ander avontuur van de enthousiaste Spijksters was de restauratie van een oud orgel dat zich in de voormalige Hervormde kerk van Rottum bevindt. Het gebouw werd in 1973 aan een stichting overgedaan. De vroegste geschiedenis van het orgel is niet bekend. In 1862 kwam het in het (vorige) kerkgebouw. In 1889 kreeg het in de pas voltooide nieuwe kerk een nieuw front, gemaakt door orgelmaker Jan Doornbos uit Groningen. Er werd toen enig pijpwerk vervangen. In 1979 werd de windvoorziening vernieuwd door de firma Haarsma uit Drachten. In de loop der jaren was er nogal wat pijpwerk verdwenen, ondermeer een Hobo 8 vt. Op de windvoorziening ná, was het orgel tot 2002 in slechte staat; de lade was doorgezakt. Van februari tot de herplaatsing in november 2002 hebben de beide amateur-orgelmakers het instrument zo goed als het ging opgeknapt. Bij het herstel van de lade werd een iets grotere ventielkast gemaakt. Het ontbrekende pijpwerk werd liefdevol aangevuld. Het orgel kan nu zelfs weer ‘in tongen spreken’, want er kwam weer een Hobo 8 vt (Valckx & Van Kouteren, 1927, uit Geref. kerk Voorthuizen). Het groot octaaf van deze stem was het bescheiden orgel echter te machtig, daarom kwam dat buiten de kast te staan. De dispositie luidt: Manuaal (C-f3): Prestant 4 vt, Holpijp 8 vt, Gamba 8 vt disc., Prestant 8 vt (vanaf c), Fluit 4 vt, Octaaf 2 vt, Hobo 8 vt,. Pedaal (C-a): aangehangen. Het orgel moet nog eens goed worden doorgestemd, maar het klinkt parmantig in het sobere kerkje aan de rand van het knusse dorpje, waar de bekende Groninger schrijver en dichter Jan Boer (1899-1983) werd geboren.

Het door Baar en Medendorp herstelde Rottumer orgel, met het groot octaaf van de nieuwgeplaatste Hobo 8 vt buiten de kast. Het pijporgel in harmoniumkast in de voorschuur van Baar. Het instrument, “Veni Creator Spiritus”, deelt de sfeervolle ruimte met een aantal fraaie harmoniums.

En nog meer
De niet stil kunnen zittende Spijksters gingen door. Met een gekregen Engels harmonium (ca 1880), waarvan het binnenwerk niet meer te herstellen viel, werd een nieuw instrument gemaakt. Na veel tekenwerk van Medendorp werd de harmoniumkast een pijporgelkast, waarin een Holpijp 8 vt (deels in het zicht), Roerfluit 4 vt (van diverse houtsoorten), een Fluit 2 vt b/d, een Octaaf 2 vt (gedeeltelijk van metaal) en een Quint 2 2/3 vt disc. hun intrek namen. De discant van de Octaaf werd door de eerder genoemde Kruiger gemaakt van notenhout. Bij het uitpuzzelen van de mechaniek had Medendorp hulp gekregen van Halbe Akker uit Spijk. Ook bij de andere eigenbouwprojecten waren vaak behulpzame personen betrokken. Bij orgelmaker Jan Veldkamp (Mense Ruiter Orgelmakers BV) kunnen B & M ook altijd aankloppen. De kring rond de orgeltjes in aanbouw wordt langzamerhand steeds groter. Individuele personen, groepjes, ja zelfs hele schoolklassen komen een kijkje nemen in de kleine werkplaats van Medendorp of in de knusse – en ook zelfs een weinig ‘sacraal’ – gemaakte orgelruimte bij Baar thuis.

Zoals bij de inleiding reeds vermeld, hebben de rusteloze heren in een andere tak van instrumentenbouw ook hun draai gevonden: draaiorgels. Nog niet voorzien van een kast hebben ze reeds een klein werkend exemplaar gemaakt. Ook de ‘speelband’ werd zelf gemaakt, waarop in een arrangement van Baar de melodie van O when the saints klinkt.

Baar en Medendorp werken bijna elke dag aan hun uitgedachte orgelprojecten: ’s morgens na de koffie twee uren en ’s middags eveneens twee. De een moet opletten wat letterlijk zijn hart hem aangeeft, de andere dient nauwlettend zijn rugwerk in de gaten te houden. Bij elk instrument worden de bouwers inventiever. Ze zien langzamerhand in bijvoorbeeld fietsspaken, vissnoer of aquariumpompslangetjes een totaal andere toepassing dan waarvoor e.e.a. gemaakt is. Nee, deze heren hebben het ‘achter de geraniums zitten’ vervangen door ‘achter de eigengemaakte orgelpijpen zitten’. Of die nu gemaakt zijn uit een oude stoel, een beddenschot, een gekregen grenen kozijn, het maakt hun niet uit. Op zeker moment zal er met dit afgedankte materiaal weer een hail schier örgeltje van speulen. Doar mot je wel op rekenen!

Met dank aan Jaap Brouwer en Jan Tromp.
Literatuur: Het Groninger Orgelbezit van Adorp tot Zijldijk, deel 1. St. Groningen Orgelland 1994.
Tekst Dirk Molenaar
Foto’s Jan Tromp

Dorpsagenda