ONDERZOEK ORTEC FINANCE NAAR WAARDEDALING HUIZEN RAMMELT

Als niet hier geboren Groninger, wonen veel van mijn familie en vrienden in het westen van het land. Dat leidt soms tot hilarische situaties. Als door een wolkbreuk Winschoten blank staat, regent het bij mij telefoontjes uit de Randstad met de vraag of ik nog droge voeten heb. Ik woon in Spijk en dat is 44 kilometer verwijderd van Winschoten. Ook toen in Woltersum de dijk van het Eemskanaal dreigde door te breken, stond de telefoon roodgloeiend met verontruste reacties.
Ik beschrijf deze gebeurtenissen om aan te geven, dat de topografische kennis van onze provincie in het Westen, over het algemeen niet groot is. Hieruit voortvloeiend lijkt de stelling dat bewoners van de Randstad geen notie hebben waar het aardbevingsrisicogebied zich bevindt, verdedigbaar. M.a.w. de hele provincie lijdt imagoschade als gevolg van de aardbevingen.
In het onderzoek naar de waardedaling van het onroerend goed, dat in opdracht van minister Kamp van E.Z. is uitgevoerd door Ortec Finance, hebben de onderzoekers de prijsontwikkeling vergeleken in het risicogebied en twee referentiegebieden. De conclusie is dat er voor de gebieden geen significante verschillen zijn. Op het bij het rapport gevoegde kaartje is te zien dat een gedeelte van het referentiegebied gelegen is in de provincie Groningen. Op mijn vraag aan de vertegenwoordiger van Ortec Finance, hoogleraar Marc Francke, welk percentage van het referentiegebied binnen de provinciegrenzen ligt, moest hij mij tijdens een voorlichtingsbijeenkomst in het gemeentehuis van Loppersum op 16 september, het antwoord schuldig blijven.
Het heeft er veel van weg, dat in het onderzoek het risicogebied vergeleken wordt met referentiegebieden die onder vergelijkbare imagoschade lijden. Het lijkt mij derhalve wenselijk het resultaat van het onderzoek naar de prullenbak te verwijzen en een beter opgezet onderzoek te starten.

Piet-Jan Schalk